DE ZEVEN GEESTEN VOOR GODS TROON

“Genade en vrede … van de zeven geesten voor [Gods] troon” lazen we in Openbaring 1:5. Maar wie of wat bedoelt Johannes met deze zeven geesten? Hier worden door bijbelwetenschappers twee antwoorden op gegeven die we hieronder kort uitwerken.

Dit bericht is geplaatst op 29-01-2021

De zeven geesten in het boek Openbaring
Er vallen twee dingen op aan de uitdrukking “de zeven geesten”. Ten eerste komen we dit begrip nog op drie andere plekken tegen in Openbaring: 

3:1    Dit zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft.
4:5    Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God.
5:6    Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd.

Ten tweede het lidwoord ‘de’. Dit geeft aan dat Johannes veronderstelt dat zijn lezers weten welke zeven geesten hij dan bedoeld. Hij had ook kunnen zeggen: “Genade en vrede van zeven geesten voor Gods troon” waaruit je zou kunnen concluderen dat het om zeven willekeurige geesten gaat. Of dat er misschien zelfs meer dan zeven zijn. Door een combinatie van het lidwoord en het specifieke getal zeven lijkt naar iets bekends te verwijzen. Maar naar wie of naar wat dan?

Er worden twee antwoorden gegeven op deze vraag: (1) het gaat om de heilige Geest of (2) het gaat om de zeven aartsengelen. 

1. De heilige Geest
Sommige bijbelwetenschappers zien het als een beeldspraak voor de heilige Geest. Het getal zeven geeft dan een volledigheid weer: de Geest in al z’n volheid of volmaaktheid. Het idee hierbij is dat Johannes twee beelden uit het Oude Testament met elkaar combineert: Jesaja 11:2-3 en Zacharia 4:1-6. 

Johannes heeft bij Jesaja 11:2-3 dan niet gebruik gemaakt van de Hebreeuwse grondtekst (daar staan slechts zes ‘geesten' genoemd; zie NBV), maar van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuagint), want die noemt er zeven:

En de geest van God zal op hem rusten:
een geest van wijsheid en inzicht, 
een geest van kracht en verstandig beleid, 
een geest van kennis en godsvrucht.
Een geest van ontzag voor God zal hem vullen.
 

De Septuagint was de ‘bijbel van de vroege kerk’ en daarmee ook een bron voor vele boeken en brieven uit het Nieuwe Testament. Hier kun je wel tegenin brengen dat in de Hebreeuwse grondtekst, in de Dode Zee-rollen en de Rabbijnse literatuur er steeds slechts zes geesten worden genoemd.

Daarnaast wordt in Zacharia 4:1-6,10 de geest van God in verband gebracht met de lampenstandaard in de tabernakel/tempel:

De engel die met mij sprak kwam terug en wekte mij zoals je iemand wekt uit een diepe slaap. ‘Wat zie je?’ vroeg hij, en ik antwoordde: ‘Ik zie een lampenstandaard die helemaal van goud is, met een schaal erop, en op die schaal zijn zeven lampen bevestigd, zeven lampen met elk zeven tuitjes. Daarnaast staan twee olijfbomen, één rechts en één links van de schaal. Wat betekent dat, mijn heer?’ ‘Weet je niet wat dat betekent?’ vroeg de engel die met mij sprak, en ik antwoordde: ‘Nee, heer.’ Toen zei hij: ‘Luister, dit zegt de heer over Zerubbabel: Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt de heer van de hemelse machten – maar met de hulp van mijn geest. … Ook al hadden jullie in het begin geen vertrouwen in het werk, de ogen van de heer zullen met welgevallen rusten op de gegraveerde steen in de handen van Zerubbabel. Die zeven lampen zijn de ogen van de heer, die over de hele aarde rondgaan.

De kandelaar heeft “zeven lampen”, maar de schrijver gebruikt vervolgens het enkelvoud “geest” om naar dit beeld te verwijzen. Ook zou dit kunnen verklaren waarom Johannes in Openbaring 4:5 spreekt over “zeven vurige fakkels”. In dit beeld branden er ook zeven lampen.

Tot slot, als we kijken naar andere brieven in het Nieuwe Testament, dan zien we ook vaak dat God, Jezus en de Geest tezamen in de aanhef van een brief genoemd worden. Zie bijvoorbeeld 1 Petrus 1:2 en 2 Korintiërs 13:13.

2. De aartsengelen
Andere bijbelwetenschappers zeggen dat het woord ‘geesten’ een synoniem is voor ‘engelen’. We weten namelijk van andere literatuur uit de wereld van de Bijbel dat het woord ‘geesten’ vaker voor ‘engelen’ werd gebruikt. In de Dode Zee-rollen zien we dit veelvuldig. En in het pseudepigrafisch boek Henoch wordt God bijvoorbeeld vaak de ‘Heer van de geesten’ genoemd, vermoedelijk als aanduiding voor ‘Heer van de engelen’. Een aanwijzing dat ook Openbaring deze woorden synoniem gebruikt, zou je kunnen vinden in 8:2 waar staat: “Ik zag de zeven engelen die voor Gods troon staan”. Net als de zeven geesten staan ook de zeven engelen voor Gods troon. Dit zou er dus op kunnen wijzen dat het een synoniem is. 

Het zou dan waarschijnlijk gaan om de zeven aartsengelen. In de Joodse traditie zijn deze aartsengelen bekend onder de namen Uriël, Rafaël, Raguël, Michaël, Sariël, Gabriël en Remiël. We komen ze van tijd tot tijd tegen binnen en buiten de Bijbel. In Tobit 12:15 lezen we bijvoorbeeld: “Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.” En in het Nieuwe Testament lezen we over de aartsengel Gabriel: “De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen’” (Lukas 1:19). Als dit klopt, verklaart dit ook goed waarom Johannes het bepalend lidwoord gebruikt (“de zeven geesten”): hij verwijst naar een bekend gegeven.

Hoe zit het dan met de “zeven vurige fakkels”? De achtergrond hiervoor kan liggen in Psalm 104:4 waar staat: “u maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren”. Zie ook bijvoorbeeld wat de schrijver van de brief aan de Hebreeën hierover zegt: “Over de engelen zegt hij: ‘Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur’” (Hebreeën 1:7). Op deze manier kan Johannes de zeven aartsengelen dus als zeven vurige fakkels presenteren. 

Tot slot, als we kijken naar andere brieven in het Nieuwe Testament, dan zien we ook vaak dat de engelen samen worden genoemd met God en Jezus. Zie bijvoorbeeld Lukas 9:26 en 1 Timoteüs 5:21. We vinden het echter niet in de opening van een brief.